Print Friendly

De Verzoening van Alle dingen


English – Dutch – SpanishAfrikaansFrench

“Want het heeft de Vader behaagd dat in Hem heel de volheid wonen zou, en dat Hij door Hem alle dingen met Zichzelf verzoenen zou, door vrede te brengen met door het bloed van Zijn kruis, ja door Hem, zowel de dingen die op de aarde zijn als de dingen die in de hemelen zijn” (Colossenzen 1:19-20).

Wat kost het toch grote moeite om doctrines gemaakt door mensen – zoals eeuwige afscheiding, martelingen en vernietiging – te verenigen met de woorden die door Gods Geest werden geïnspireerd. Het is altijd Gods bedoeling geweest, zoals hij dat ook geopenbaard heeft in de Schrift, om alle dingen met zichzelf te verenigen. En terwijl onze menselijke intenties niet altijd werkelijkheid worden, leidt het geen enkele twijfel dat God niet alleen volledig in staat is om te doen wat Hij wil, er is geen grotere macht dan Zijn wil en de kracht van Zijn wederopstanding. Er is er niemand puurder in hart en intenties. Alle glorie en prijzing aan Hem, alwetende God en Heer Jezus Christus voor altijd!

Deze superioriteit geeft macht aan de wereldlijke en zinnelijke mens.

Waarom toch schreeuwt niet iedereen, die zijn geloof in Hem belijdt en die de heiligheid en waarheidsgetrouwheid van de Schrift prijst, deze schitterende waarheid wat betreft Zijn plan voor de verzoening van alles, met de grootst mogelijke vreugde van de daken? Een van de redenen dat dit niet gebeurt, is dat hiermee volledig iedere waardigheid van de mens ontkracht wordt. De mens die nergens is zonder deze verzoening, die niet kan plaatsvinden door menselijke inspanning, maar slechts mogelijk is als een gift van God.

Religieuze mensen (en wij zijn allemaal wel op de een of andere manier religieus geweest) willen superieur zijn. Zij willen kunnen zeggen dat zij in genadigheid zijn gevallen door wat zij ZELF hebben gedaan, hoewel ze hun uitspraken zo weten te formuleren dat ze de indruk wekken God alle glorie te geven.
Deze superioriteit geeft God echter helemaal geen glorie. Het geeft juist de macht aan de vleselijke, wereldlijke mens. Wat de religieuze persoon eigenlijk zegt, is: “God heeft mij gered omdat hij iets in mij iets goeds zag. Jij daarentegen hebt Hem verworpen omdat Hij bij voorbaat al wist en had besloten dat jij voor zijn gratie en genade niet geschikt was en in plaats daarvan oneindige straf verdient (of je wordt simpelweg weggevaagd). Wij enkelingen die Hem wel hebben aanvaard, zullen in de hemel dank zeggen voor het feit dat wij niet zo verhard en slecht waren, waardoor wij deze status wel konden bereiken, wat jou en de anderen niet is gelukt”.

Dit maakt de Naam van God en Zijn karakter zwarter dan ooit! Aan Hem wel alle gratie en kracht toekennen, maar tegelijkertijd verklaren dat Hij een groot gedeelte van Zijn creatie voor eeuwig zal martelen? Is het niet achterlijk demonisch om aan de ene kant wel te zeggen dat verlossing alleen kan komen door Zijn gratie maar aan de andere kant te geloven dat het Gods wil is om niet alleen deze gift achter te houden voor diegenen aan wie hij het net zo makkelijk wel zou kunnen geven, maar dat Hij er ook nog eens voor kiest om de rest zo lang te martelen dat een miljoen jaar slechts het begin is? Om te denken dat een almachtige Schepper en Heerser levende wezens in de wereld zou brengen, terwijl hij dit niet alleen weet, maar zelf gepland heeft, kent aan Hem een ongevoeligheid en wreedheid toe die ondenkbaar is. Echter voor de mens is het wel denkbaar, want, tenslotte is hij het die dit bedacht heeft. Het is daarom niet alleen denkbaar,  maar zelfs gedocumenteerd.

De enige uitweg uit deze demonische val is de Heer Jezus Christus zelf.

Totale vernietiging is zeker een einde wat beter te verteren valt, maar niet veel beter wanneer het gaat om het geven van de glorie aan God. Jezus zei: “Want God heeft Zijn Zoon niet in de wereld gezonden opdat Hij de wereld zou veroordelen, maar opdat de wereld door Hem behouden zou worden” (Johannes 3:17). En zoals we allemaal gehoord hebben, “Want zo lief heeft God de wereld gehad…”. En hoe geslaagd is Zijn liefde en redding? Hij die verklaart de Gever en Onderhouder van alles te zijn, van het leven zelf? Hoe succesvol is totale vernietiging (zou jij dat toewensen aan jouw geliefden)? De herrezen Heer verklaart dat hij de sleutels heeft van de hel en de dood (Openbaringen 1:18). Hoe kan het dan, dat aan deze twee meer macht wordt toebedeeld dan aan Hem zelf?

Als we naar de mens kijken die zichzelf graag onderscheidt en een superieure positie inneemt, die hij baseert op zijn intrinsieke capaciteit om God te ontvangen, dan gaat zijn redenering als volgt: “als wij het waard zijn of in staat om gered te worden en door God te worden voorgetrokken, wie ben jij dan om ons niet te erkennen?”
En wanneer zij deel uitmaken van een organisatie of er een vertegenwoordigen die deze speciale positie bekleedt, dan ben jij verplicht hen eren. Doe je dat niet, dan zal jouw laatste niet-zo-rustige-rustplaats een brandende jammerpoel zijn. Jij zult ze dus wel moeten erkennen, wil je ook maar enigszins aan de horrors ontkomen, die ze presenteren of waarvan wordt aangenomen dat deze van de almachtige Schepper komen.

Ik laat jullie weten dat deze demonische redenering jullie allemaal gevangen houden, of je nou hoort tot degenen die denken dat ze God aanbidden of tot degenen die dat soort claims niet maken. Het doordrenkt de lucht die je inademt en jouw erkenning, positief of negatief, geeft alleen maar macht een eer aan de monsterlijke  religieuze, eigengerechtige mens. Er is slechts één manier waarop je deze duivelse val ontkomt en dat is de Heer Jezus Christus zelf. Als we in Hem geloven en in Zijn woord blijven, dan zal het zijn zoals Hij zegt: “en u zult de waarheid kennen, en de waarheid zal u vrijmaken” (John 8:32).

Want prijs God Almachtig! Zijn gedachten en wegen zijn niet de gedachten en wegen van de mens. Zoals Jesaia schreef: “ Want zoals de hemel nog hoger is dan de aarde, zo zijn Mijn wegen hoger dan uw wegen en Mijn gedachten dan uw gedachten. Want zoals regen of sneeuw neerdaalt van de hemel en daarheen niet terugkeert, maar de aarde doorvochtigt en maakt dat zij voortbrengt en doet opkomen, zaad geeft aan de zaaier en brood aan de eter, zo zal Mijn woord zijn dat uit Mijn mond uitgaat: het zal niet vruchteloos tot Mij terugkeren, maar het zal doen wat Mij behaagt, en het zal voorspoedig zijn in hetgeen waartoe Ik het zend” (Jesaia 55:9-11).

“En wij hebben gezien dat de Vader de Zoon gezonden heeft als Zaligmaker van de wereld.”

En wat zegt Zijn Woord?

“Al de heidenvolken, die U gemaakt hebt, Heere, zullen komen, zich voor Uw aangezicht neerbuigen en Uw Naam eren” (Psalmen 86:9).

“Want zo lief heeft God de wereld gehad, dat Hij Zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft, opdat ieder die in Hem gelooft, niet verloren gaat, maar eeuwig leven heeft” (Johannes 3:16-17).

“En wij hebben gezien en getuigen dat de Vader de Zoon gezonden heeft als Zaligmaker van de wereld “
(1 Johannes 4:14).

“De Heere vertraagt de belofte niet, (zoals sommigen dat als traagheid beschouwen), maar Hij heeft geduld met ons en wil niet dat enigen verloren gaan, maar dat allen tot bekering komen” (2 Peter 3:9).

“De zachtmoedigen zullen eten en verzadigd worden; wie de HEERE zoeken, zullen Hem loven. Uw hart zal voor eeuwig leven” (Psalmen 22:27).

“…toen Hij ons, overeenkomstig Zijn welbehagen, dat Hij in Zichzelf voorgenomen had, het geheimenis van Zijn wil bekendmaakte, om in de bedeling van de volheid van de tijden alles weer in Christus bijeen te brengen, zowel wat in de hemel als wat op de aarde is” (Efeziers 1:9-10).

“Die wild at alle mensen zalig worden en tot kennis van de waarheid komen…. Hij heeft zich gegeven als een losprijs voor allen. Dit is het getuigenis op de door God bestemde tijd (1 Timotheus 2:4,6).

“Opdat in de Naam van Jezus zich zou buigen elke knie van hen die in de hemel, en die op de aarde, en die onder de aarde zijn, en elke tong zou belijden dat Jezus Christus de Heere is, tot heerlijkheid van God de Vader” (Phillipenzen 2:10-11).

Hier worden niet alleen de intenties van God helder en duidelijk weergegeven, Hij stelt ze als feiten.  Denk je echt dat mensen jammerend en tandenknarsend Jezus Christus zullen  belijden als Heer voor de glorie van God? Een kosmische houtgreep om er – tussen op elkaar geperste tanden – een “ik klop af” uit te krijgen? Absoluut niet. De Heilige Schrift, geïnspireerd door de Geest van God, zegt,Al wie belijdt dat Jezus de Zoon van God is, God blijft in hem, en hij in God (1 Johannes 4:15). En opnieuw: “Als u met uw mond de Heere Jezus belijdt en met uw hart gelooft dat God Hem uit de doden heeft opgewekt, zult u zalig worden” (Romeinen 10:9).

Over de schepping wordt verschillende keren gezegd “God zag dat het goed was.”

“Daarom zeg ik u nadrukkelijk, niemand kan ooit door toedoen van de Geest van God zeggen: ‘Vervloekt is Jezus’ en niemand kan ooit zeggen ‘Jezus is de Heer’ behalve door toedoen van de Heilige Geest” (1 Korintiërs 12:3). We hebben het hier niet over een naar de mond praten, wat vele mensen doen (Mattheüs 15:8). Daarmee geeft je geen glorie aan God. Nee, dit hier is écht, het is een kennis van God die vanuit het hart komt. We zullen allemaal weten wie Hij is en wat Hij gedaan heeft. “Dan zullen zij niet meer eenieder zijn naaste en eenieder zijn broeder onderwijzen door te zeggen: Ken de HEERE, want zij zullen Mij allen kennen, vanaf hun kleinste tot hun grootste toe, spreekt de HEERE. Want Ik zal hun ongerechtigheid vergeven en aan hun zonde niet meer denken (Jeremia 31:34). En ook “Zie, Hij komt met de wolken, en elk oog zal Hem zien, ook zij die Hem doorstoken hebben. En alle stammen van de aarde zullen rouw over Hem bedrijven. Ja, amen” (Openbaringen 1:7).

Ja, er zal lijden zijn, maar met het heilige doel tot berouw te brengen, niet een eindeloze pijn op pijn, op pijn gestapeld. “Want de aarde zal vol zijn van de kennis van de HEERE, zoals het water de bodem van de zee bedekt” (Jesaia 11:9). En, “De armen zullen te eten hebben en geen honger meer kennen. Zij die de HEERE zoeken, zullen Hem loven en prijzen. Laat uw hart voor altijd blij zijn” (Psalmen 22:27).
Vraag jezelf alsjeblieft af, sta er eens goed bij stil hoe allesomvattend het is dat het water de hele zee bedekt, of wie er achterblijft waneer alle geslachten van de naties en uithoeken van de wereld zich omkeren en de Heer van de hemelse legers zullen aanbidden.

De bijbelstaat vol met de dingen die God bekend gemaakt heeft over Zijn wil voor de schepping. Zijn karakter doordringt alles. Het is door Zijn karakter te kennen, dat we ook Zijn wil kennen. Want vanaf het begin staat er geschreven “Hem moet de hemel ontvangen tot de tijden waarin alle dingen worden hersteld, waarover God gesproken heeft bij monde van al Zijn heilige profeten door de eeuwen heen” (Handelingen 3:21).

Dus wat wordt er vanaf het begin gezegd? Er wordt meerdere keren herhaald dat “God zag dat het goed was”. En toen de schepping klaar was (hetgeen eindigde met de schepping van de mens) was de conclusie “En God zag al wat Hij gemaakt had, en zie, het was zeer goed” (Genesis 1:31).

Stel dat we alleen deze ene getuigenis hadden, zou dat dan niet al voldoende zijn? Hoe kan de schepping goed worden genoemd als deze voor het grootste gedeelte bestemd is voor vernietiging en zal eindigen in eeuwige marteling? En dat terwijl de Schepper zo machtig is dat Hij alles kan maken en Hij alwetend is, een Schepper die voorbij de tijd en ruimte bestaat? En hoe kan dit plaatje, dat mislukking afschildert, verenigd worden met wat er geschreven staat: “Aan de uitbreiding van deze heerschappij en aan de vrede zal geen eind komen” (Jesaia 9:7).

De eerste gebeurtenis die in de bijbel beschreven wordt  ten aanzien van man en vrouw, is de zonde van Adam, waarin hij ongehoorzaam is aan het gebod van God. Merk op in Genesis 3 dat Adam geen berouw toont. Hij gaf God en zijn vrouw (“De vrouw die U gaf om bij mij te zijn”) de schuld. Heeft God Adam vervolgens verbannen naar een eeuwigheid in de hel om na te denken over wat hij gedaan heeft en hoe hij daarmee zijn nageslacht en de hele schepping heeft opgezadeld met ellende? Nee, Hij heeft hem fysiek beschermd (door jassen van huid te maken) en spiritueel beschermd (door hem weg te houden van de boom van Leven in zijn gevallen staat).

Paul schrijft over deze overtreding van Adam, dat sindsdien de dood regeert. Vervolgens zegt hij dat de genadegave van de tweede Adam, Jezus Christus, groter is dan de veroordeling van de eerste. “En het is met de gave niet zoals het was door de ene die zondigde. Want de veroordeling leidde ten gevolge van één overtreding wel tot verdoemenis, maar de genadegave bij vele overtredingen tot rechtvaardiging” (Romeinen 5:16). Wat is erger? Een zonde die de hele mensheid onder de vloek van ongehoorzaamheid en onafhankelijkheid brengt, want dat is het gevolg van het eten van de boom der kennis, of de daad van gehoorzaamheid en Zijn leven neerleggen waardoor niet alleen Adam maar alle zondaars die daarna komen, worden verlost? De vis die de vis opeet is de grootste, nietwaar? Dat geldt ook hier.

Maar hoezo, alles was toch goed?

“Want omdat de dood er is gekomen door de schuld van een mens, zo is ook de opstanding van de doden er gekomen door een Mens. Want zoals allen in Adam sterven, zo zullen ook in Christus allen levend gemaakt worden. Ieder echter op zijn eigen tijd: Christus als Eersteling, daarna wie van Christus zijn, bij Zijn komst…. En wanneer alle dingen aan Hem onderworpen zijn, dan zal ook de Zoon Zelf Zich onderwerpen aan Hem Die alle dingen aan Hem onderworpen heeft, opdat God alles in allen zal zijn” (1 Korinthe 15:21,22,23,28).
Als dit niet alles omvattend is, wat dan wel? “Alles” in “Alle” wordt daar niet alles en iedereen mee bedoeld?

En merk op dat alle dingen aan Hem onderworpen zijn. Iedereen heeft gerebelleerd en genoten van de onafhankelijkheid van God. Alle dingen zullen onderworpen worden. Niet door angst tactieken gemaakt door mensen, maar door de ervaring wat kwaad betekent en door de openbaring van de Rechtvaardige God die als mens kwam om zichzelf te geven opdat wij mogen Leven. We eten dan niet langer van de boom van Goed en Kwaad, hetgeen de dood brengt, maar van de Levensboom, de Heer Jezus Christus, die zei: “Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u: Als u het vlees van de Zoon des mensen niet eet en Zijn bloed niet drinkt, hebt u geen leven in uzelf” (Johannes 6:53).

Dan daarbij waren de zonde en val van Adam geen kosmisch foutje, waarbij dit nieuwe schepel dat in het evenbeeld van God is gemaakt, Gods werk naar de gallemiezen heeft geholpen. Helemaal niet. Van Hem wordt gezegd: “In Hem zijn wij ook een erfdeel geworden, wij, die daartoe voorbestemd waren, naar het voornemen van Hem Die alle dingen werkt overeenkomstig de raad van Zijn wil…” (Efeziers 1:11).

Hij heeft de volledige controle. De mens draait het ten onrechte om. Niet wij, maar Hij heeft alles volledig onder controle. En de mens heeft het eveneens bij het verkeerde einde dat de schepping gevallen zou zijn, want: “de schepping is aan de zinloosheid onderworpen, niet vrijwillig, maar door Hem die haar daaraan onderworpen heeft, in de hoop dat ook de schepping zelf zal bevrijd worden van de slavernij van het verderf om te komen tot de vrijheid van de heerlijkheid van de kinderen van God” (Romeinen 8:20-21).

Laten we verder kijken: na Adam komt Cain, die zijn broer vermoordt omdat diens offer door God wel werd aanvaard en het zijne niet. Cain was religieus hetgeen een voorteken is van het feit dat de profeten gestenigd zijn en van de godsdienstigen die Jezus Christus gekruisigd hebben. En wat deed God met Cain? Heeft Hij hem levend gevild? Nee, Hij heeft hem gemerkt met een teken, zodat hij kon leven. Sommigen denken misschien dat dit puur en alleen een straf was, maar Cain heeft vervolgens een stad gevestigd en kreeg een nageslacht. Waarom deze slechterik ook maar een moment langer tolereren, als je almachtig bent? Nee vrienden, er was een reden Cain te behouden en deze reden was niet om zijn toekomstige martelingen wat langer uit te stellen. Gods wegen zijn veel grootser.

Vanaf dat moment heeft corruptie zich over de aarde verspreid en haar vervuld met geweld (Cain komt van het Hebreeuwse woord “oneerlijk gewin”) Klinkt bekend? En de Heer zei, “Ik zal de mens, die Ik geschapen heb, van de aardbodem verdelgen, van de mens tot het vee, tot de kruipende dieren en tot de vogels in de lucht toe, want Ik heb er berouw over dat Ik hen gemaakt heb” (Genesis 6:7). Maar hoezo dan, alles was toch goed? Als het daarmee inderdaad zou eindigen, had er legitieme bezwaar gemaakt kunnen worden tegen wat hier eerder is besproken. Echter, de volgende zin beantwoordt alles: “Maar Noach vond genade in de ogen van de HEERE”.

Hij koos het zwakke en dwaze waardoor kenbaar gemaakt wordt dat het Zijn kracht is.

Wat betekent genade? Iets dat we verdiend, waar we voor gezweet, wat we goed begrepen of als status bereikt hebben? Nee, het is een gift van God. Het was niet Noah maar God die besloot de mens te redden. Ja, Hij was boos en dat is Hij nog steeds. Boos over alle kwade gedachten en verbeeldingen van het menselijke hart. En Hij is zó groot dat Hij bereid is te lijden voor de glorie van datgene dat Hij geschapen heeft en wat Hij verlost. Hij is genadig en heeft een man gemaakt die Zijn wil zou voltrekken. Dat is het hele patroon dat door Zijn verhaal loopt.

Dus Noah en zijn familie werden gered en alle anderen zijn vernietigd tijdens de zondvloed. En iedereen is verbannen naar de hel voor alle eeuwigheid, toch? Maar wat laat Petrus ons zien? Hij gooit dit beeld volledig aan diggelen.

“Want ook Christus heeft eenmaal voor de zonden geleden, Hij, Die rechtvaardig was, voor onrechtvaardigen, opdat Hij ons tot God zou brengen. Hij is wel ter dood gebracht in het vlees, maar levend gemaakt door de Geest, door Wie Hij ook, toen Hij heenging aan de geesten in de gevangenis gepredikt heeft, namelijk aan hen die voorheen ongehoorzaam waren, toen God in Zijn geduld nog eenmaal wachtte in de dagen van Noah, terwijl de ark gebouwd werd, waarin weinige – dat is acht – mensen behouden werden door het water heen” (1 Petrus 3:18-21).

Ze zijn niet allemaal verloren gegaan. Dit is wel wat de mens ons leert, maar het is niet de waarheid.

“Want het heeft de Vader behaagd dat in Hem heel de volheid zou wonen, en dat Hij door Hem alle dingen met Zichzelf verzoenen zou, door vrede te maken door het bloed van Zijn kruis, ja door Hem, zowel de dingen die op aarde zijn als de dingen die in de hemelen zijn” (Kolossenzen 1:19-20).

Dat is waarom hij predikte tegen de geesten in de gevangenis.

Ik ben ervan overtuigd dat we de rest van ons leven alle bijbelverzen kunnen lezen om op die manier te reflecteren op de wil van God en Zijn zaligheid. Zo schitterend diep gaat dit onderwerp. Helaas moeten we verder en zal ik nog zal een laatste voorbeeld geven.

Abraham was als enige geroepen. Hij was de man door God uitverkoren, in wie alle volkeren gezegend zouden worden. De mens vindt het prachtig om met cijfertjes te goochelen en is hij ervan onder de indruk; God doet dingen die de schijn hebben van domheid en zwakte. Zo is het tot op de dag van vandaag. Het is Zijn werk en glorie, niet die van de mens. Hij kiest het kleine, het zwakke, het dwaze zodat het kenbaar wordt dat het Zijn kracht is en niet die van de mens.

Toen God zag hoe Abraham door hem gezegend was, besloot Hij hem te vertellen dat Hij Sodom en Gomorra zou vernietigen. Abraham, die vreesde voor zijn neef, Lot, zei: “…Zult U ook de rechtvaardige tegelijk met de goddeloze wegvagen?” Het was een retorische vraag. Lot had net als Noah gratie gevonden in Gods ogen (dit is door God aan hen gegeven) en hij werd gespaard, terwijl die steden werden verwoest door vuur uit de hemel. Over deze gebeurtenis schrijft Judas: “Evenzo is het met Sodom en Gomorra, en de steden eromheen, die op dezelfde wijze als zij hoererij bedreven hebben en ander vlees achterna zijn gegaan. Zij liggen daar als een waarschuwend voorbeeld, doordat zij de straf van het eeuwige vuur ondergaan” (Judas 7). Hetgeen betekent dat ze vernietigd zijn en nu voor eeuwig in de hel branden, toch?

Waarom houd God ervan een oordeel te vellen? Zodat hij mensen kan zien creperen en gemarteld worden?

Helemaal niet. Wanneer vuur alles volledig verteert, brandt het dan voor altijd of is datgene voor altijd verbrand? Wanneer ik voor altijd een stukje papier verbrand, dan is de duur van het branden kort. Eeuwig en voor altijd laten de grondigheid zien waarmee het is opgebrand, niet hoe lang het gebrand heeft. Dit wordt bewezen in de woorden van de Heer Jezus Christus zelf.

“En u, Kapernaüm, die tot de hemel toe verhoogd bent, u zult tot de hel toe neergestoten worden. Want als in Sodom de krachten waren gebeurd die in u hebben plaatsgevonden, dan zou het tot op de huidige dag gebleven zijn. Maar Ik zeg u dat het voor het land van Sodom verdraaglijker zal zijn op de dag van het oordeel dan voor u” (Mattheüs 11:23-24). 

Als de Heer in Sodom het zelfde had gedaan als in Kapernaüm, dan waren ze allemaal bekeerd. Hoezo kan iemand zeggen dat als bekering voor mensen mogelijk is (en de Heer wil niet dat enigen verloren gaan, maar dat allen tot bekering komen (2 Petrus 3:9), dat Hij de zondaar die dus gered zou kunnen worden, een lot van eeuwige marteling zou toebedelen. Heel simpel: dat kan niet.

Dit wordt bevestigd door het tweede gedeelte van de vet gedrukte tekst, dat het voor het land van Sodom verdraaglijker zal zijn op de dag des oordeels dan voor degenen die de Heer afwezen nadat ze Zijn grote werken hadden gezien en nog steeds niet geloofden. De reden dat voor sommigen dit oordeel draaglijker kan zijn, is omdat dit oordeel bedoeld is om te corrigeren. Daarom wordt het in verschillende gradaties uitgemeten, precies zoals nodig. Zij die kinderen hebben en straf geven, doen dat ook niet met altijd maar dezelfde aanpak. Nee, er wordt geprobeerd de straf evenredig te verhouden tot dat wat er nodig is om het kind iets te leren.  Jullie die zondaars zijn, hoewel gemaakt in het evenbeeld van God, denken jullie nou werkelijk dat Hij dat anders zou doen?

Laat me je een paar simpele vragen stellen: Als je kon plannen 20 kinderen te krijgen van wie je alle 20 houdt en je weet dat er maar één in voorspoed en vrede zal leven, terwijl de andere 19 voor eeuwig zouden branden en verschrikkelijk gemarteld zullen worden, zullen huilen, schreeuwen en kronkelen. Zou je die kinderen dan nog steeds willen krijgen? En zou je er vrede mee kunnen hebben, wetende dat de ander 19 verschrikkelijk moeten lijden, terwijl jij ook de beslissing had kunnen nemen om ze niet te krijgen? Zou van jou dat ene kind mogen genieten en plezier en voldoening hebben? Zou het je voldoening geven wanneer dat ene kind het totaal zou kunnen vergeten dat de andere 19 gefolterd worden? Ik weet in ieder geval zeker wat mijn antwoord zou zijn. En nu zeg je misschien, “ach, dit is dan wel logica, maar het is nou eenmaal niet volgens de logica waarmee wij deze dingen beoordelen”. Daar ben ik het echter niet mee eens. God heeft ons verstandelijk redeneren gegeven en dat kan alleen effectief en puur werken wanneer dit door Hem opgeschoond en goed aangeleerd is. Echter, we geven je hier echter niet alleen de rede, maar ook de getuigenis die de bijbel hierover aflegt.

De Heer Jezus Christus is voor ons gestorven terwijl wij nog zijn vijanden waren.

God velt graag Zijn oordeel, waarom? Zodat Hij mensen geroosterd kan zien worden en kan zien creperen van de pijn? Laat God voorkomen dat iemand zo denkt. Hij zegt ons: “Keer u af van het kwade, doe het goede samen en bewoon de aarde voor eeuwig. Want de Heer heeft het recht lief….” (Psalmen 37:27-28). Hij houd van oordelen omdat dit rechtvaardigheid, vrede, vreugde, eeuwig leven als einddoel heeft. Dat is waarvan de hele bijbel getuigt.

“Laten zij de Heere loven om Zijn goedertierenheid en om Zijn wonderen voor de mensenkinderen” (Psalmen 107:8,15,31).

Het is alleen de mens die een dusdanige wrok tegenover zijn medemens koestert voor wat hem is aangedaan (dan wel feit of slechts vermoeden), dat ze denken in termen van eeuwige marteling. Niet God; noch is het ooit in zijn Gedachten opgekomen. Het druist totaal tegen Zijn aard in. De Heer Jezus is voor ons gestorven toen wij nog Zijn vijanden waren. Dat is Zijn aard. Een mens kan misschien zijn leven geven voor een geliefde vriend of familielid, maar “God bevestigt Zijn liefde voor ons daarin dat Christus voor ons gestorven is toen wij nog zondaars waren” (Romeinen 5:8). Hij is niet gestorven voor de rechtvaardigen.

Degenen die religieus en zelfingenomen zijn, hebben er een hekel aan om te horen over Gods alles omvattende verzoening. Het stuit ze tegen de borst. Het berooft hen van hun idee dat ze iets voorstellen, hun idee van beloning, opoffering en wraak aan degenen die zich tegen hen verzetten. Het ontkent hun werk (denk aan Cain). Ze roepen uit: “dan maakt het niet uit wat je doet, als iedereen toch gered zal worden”. Precies op dat punt geven ze zichzelf prijs. Ze hebben geen hart voor het goede, geen waardering dat het goede zijn eigen beloning kent. Wat God juist kenbaar aan ons wil maken en wil dat wij volgens dit principe ook leven. En omgekeerd erkennen ze niet dat het kwaad ook zijn beloning heeft, zo zeker als twee maal twee vier is. “Dwaal niet: God laat niet met Zich spotten, want wat de mens zaait, zal hij ook oogsten” (Galaten 6:7).

Uiteindelijk zullen we God allemaal kennen. We zullen weten dat Hij over alles heerst, te allen tijden, in volledige soevereiniteit. Het is allemaal Zijn werk. Klagen we over ons leven, dan klagen we tegen Hem. Als we het van bovenaf bekijken, zullen we zien dat het allemaal ten goede is geweest, dat Hij het goed en niet kwaad heeft bedoeld en we zullen allemaal onze stem verheffen om Hem te prijzen.

Paul Cohen

Print Friendly